Klantkaart Salon

Stappenplan

Waarmee begin je als je je papieren kaartenbak wilt overzetten naar digitale klantkaarten?

Door Gepubliceerd op Bijgewerkt op 7 minuten lezen

Werk in een Nederlandse winkel of werkplaats. Beeld bij het artikel: Waarmee begin je als je je papieren kaartenbak wilt overzetten naar digitale klantkaarten?
Beeld gegenereerd met kunstmatige intelligentie

De grootste denkfout bij het digitaliseren van een kaartenbak is dat het in een keer moet. Je begint niet bij de eerste kaart in de bak, maar bij de klanten die deze maand toch al in je stoel zitten. Dit stappenplan loopt de volgorde af waarmee salons de overstap maken zonder dat de agenda vastloopt, er formules verdwijnen of het team afhaakt.

Waarom je niet bij de A begint

Wie de bak alfabetisch afwerkt, typt eerst tientallen kaarten over van mensen die dit jaar misschien niet meer komen. Dat is de saaiste vorm van werk die er is: veel avonden, weinig resultaat, en na drie weken ligt de stapel er nog.

De omgekeerde volgorde werkt beter. Je typt een kaart over op het moment dat je hem toch nodig hebt, want dan lees je hem toch al. De invoertijd valt weg in werk dat je sowieso doet, en elke overgetypte kaart is meteen een kaart die in gebruik is.

Dat betekent ook dat er maanden zijn waarin je twee systemen naast elkaar hebt. Dat voelt rommelig, maar het is beter dan een halve digitale kaartenbak waarin niemand vertrouwen heeft. Spreek af dat er per klant altijd maar een plek geldt: is de kaart overgetypt, dan is de papieren versie vanaf dat moment archief en schrijf je er niets meer op.

Stap 1: bepaal wat er over moet en wat niet

Voordat je iets overtypt, maak je drie stapels van de bak. Dit kost een avond en scheelt maanden.

  1. Actief. Klanten die in de afgelopen anderhalf jaar zijn geweest. Deze gaan mee.
  2. Slapend. Klanten die langer weg zijn maar van wie je weet dat ze terugkomen. Deze blijven voorlopig op papier en gaan mee zodra ze bellen.
  3. Weg. Verhuisd, overleden, of jaren niet gezien. Deze gaan niet mee en verdwijnen op termijn ook van papier.

Die derde stapel is belangrijker dan hij lijkt. Gegevens die je niet meer nodig hebt, hoor je niet te bewaren, en oude kaarten met notities over huid of hoofdhuid zijn precies de gegevens die je niet in een doos op zolder wilt hebben liggen. Vernietig ze zorgvuldig, bijvoorbeeld door ze te versnipperen.

Stap 2: leg de indeling vast voordat de eerste kaart erin gaat

Zodra twee mensen tegelijk beginnen met invoeren zonder afspraak over de indeling, krijg je twee stijlen in een systeem. Bepaal dus eerst waar wat komt te staan.

Houd het klein. Vier blokken volstaan voor vrijwel elke salon: wie de klant is, wat mag en niet mag, wat er technisch is gedaan en wat er is besproken. Hoe je die blokken opbouwt en welke velden daarin thuishoren, staat uitgewerkt in de gids over het inrichten van een digitale klantkaart.

Spreek daarnaast drie schrijfregels af die je op een A4 boven de balie hangt:

  • Merknamen voluit, geen eigen afkortingen.
  • Tijden in minuten, met een cijfer, ook als het "de gebruikelijke tijd" was.
  • Twijfel je of iets bij de klant of bij de afspraak hoort, dan zet je het bij de klant.

Stap 3: type de komende zes weken over

Nu begint het echte werk, en het is minder dan je denkt. Open je agenda, pak de klanten die de komende zes weken staan ingepland en zoek hun kaart op. Voor de meeste salons is dat een overzichtelijke groep.

Neem per kaart alleen over wat nog geldt: de vaste gegevens, het veiligheidsblok en de laatste twee of drie behandelingen. Een kleuring van vier jaar geleden vertelt je niets meer over het haar dat er nu zit.

Wat je doet met onleesbare kaarten

Er zit altijd een handvol kaarten in de bak waar niemand meer uitkomt: afkortingen van een collega die er niet meer werkt, doorgestreepte tinten, een formule zonder oxidant. Type die niet gokkend over.

Zet in het notitieveld dat de historie op papier onvolledig was en begin bij het eerstvolgende bezoek opnieuw met een strookjestest of een controle op een kleine plek. Een eerlijk leeg veld is veiliger dan een verzonnen formule, want een collega gaat af op wat er staat.

Stap 4: vul de rest aan op de stoel

Vanaf hier hoef je geen avonden meer te plannen. De regel is simpel: elke klant die binnenkomt en nog geen digitale kaart heeft, krijgt hem tijdens de behandeling.

Dat kost per klant een paar minuten, en je doet het terwijl de kleur inwerkt of terwijl je klant onder de droogkap zit. Reken erop dat je binnen een seizoen de hele actieve klantenkring hebt gehad, want de meeste vaste klanten komen binnen die periode wel een keer langs.

Twee praktische gewoontes maken het verschil. De eerste is dat je de kaart afmaakt voordat de klant de deur uit is, niet aan het eind van de dag. De tweede is dat je hardop vertelt wat je noteert: klanten vinden het prettig om te horen dat hun formule wordt bewaard, en het is meteen het moment om te zeggen waarom je naar allergieen vraagt.

Stap 5: haal de dubbelingen eruit

Na een paar weken zitten er onvermijdelijk dubbele kaarten in: dezelfde klant met en zonder tussenvoegsel, met haar meisjesnaam, of met een tikfout in het telefoonnummer. Plan daarom een vast controlemoment.

Zoek een keer per maand op achternaam en op de laatste vier cijfers van telefoonnummers en voeg samen wat dubbel staat. Doe dit vanaf het begin, want dubbele kaarten planten zich voort: iedereen vult de kaart aan die hij als eerste vindt.

Deze controle is ook het moment om te kijken of het veiligheidsblok overal is ingevuld. Een leeg blok betekent niet dat er niets is, het betekent dat het nog niet gevraagd is. Meer valkuilen van dit type staan in het overzicht van de fouten die salons in hun klantadministratie maken.

Stap 6: regel de toegang en de afspraken op papier

Als de kaarten digitaal staan, verschuift de vraag wie erbij kan. Op papier was dat iedereen die bij de bak kon; digitaal maak je er een bewuste keuze van.

Geef elke medewerker een eigen inlog, zodat je kunt zien wie wat heeft aangepast, en trek de toegang in op de dag dat iemand uit dienst gaat. Beperk het veiligheidsblok met gezondheidsnotities tot de mensen die de klant echt behandelen, want dat zijn bijzondere persoonsgegevens in de zin van artikel 9 van de AVG.

Leg daarnaast twee documenten vast. Het eerste is een verwerkersovereenkomst met je leverancier, zoals artikel 28 van de AVG voorschrijft. Het tweede is je eigen verwerkingsregister uit artikel 30. De uitzondering voor organisaties met minder dan 250 medewerkers helpt je hier niet, want die vervalt zodra je bijzondere persoonsgegevens verwerkt.

Stap 7: bepaal wat er met de papieren bak gebeurt

Zodra een kaart is overgetypt en gecontroleerd, heeft de papieren versie geen functie meer. Toch verdwijnt de bak zelden, en dat is precies het risico: iemand schrijft er in een drukke week toch weer iets op.

Werk daarom met een fysieke scheiding. Zet overgetypte kaarten in een aparte doos die niet aan de balie staat, en houd alleen de bak met nog niet verwerkte kaarten binnen handbereik. Als die bak leeg is, is de overstap klaar.

Bewaar de oude kaarten daarna niet eindeloos. Je bewaart wat je nodig hebt voor je administratie, en de fiscale bewaarplicht daarvoor is zeven jaar, maar dat gaat over facturen en boekhouding, niet over de kleurnotities van een klant die je niet meer ziet. Vernietig die kaarten zodra de digitale versie compleet is.

De hele overstap in een planning

Volgorde, doorlooptijd en wat er per stap klaar is
StapWanneerKlaar als
Sorteren in drie stapelsEen avondJe weet hoeveel kaarten echt mee moeten
Indeling en schrijfregels afsprekenEen teamoverlegDe vier blokken staan vast en hangen op papier
Zes weken vooruit overtypenTwee tot drie avondenIedereen die binnenkort komt, staat erin
Aanvullen op de stoelDoorlopendDe actieve klantenkring is een keer langs geweest
Dubbelingen samenvoegenMaandelijksElke klant heeft precies een kaart
Toegang en documenten regelenIn de eerste maandEigen inloggen, verwerkersovereenkomst en register liggen klaar
Papieren bak afsluitenAan het eindDe baliebak is leeg en het archief is vernietigd

Hoe je merkt dat het gelukt is

De overstap is niet geslaagd als alles is ingevoerd, maar als niemand meer naar de bak loopt. Dat moment herken je aan drie dingen.

Je collega vraagt niet meer wat er de vorige keer in ging, want ze leest het zelf. Een klant die door een ander wordt geholpen merkt daar niets van. En als iemand na een jaar terugkomt, kun je binnen tien seconden zeggen wat je toen hebt gedaan.

Twijfel je nog of je deze stap wel wilt zetten, dan helpt het om de drie manieren van bijhouden eerst naast elkaar te leggen. Die staan uitgewerkt in het artikel over de kaartenbak, de agenda en klantkaartsoftware vergeleken.

Wie deze aanpak heeft opgeschreven en waarom de volgorde zo is gekozen, lees je op de pagina over de maker van Klantkaart Salon.

Conclusie: begin bij de klant van volgende week

Een kaartenbak overzetten mislukt bijna altijd op ambitie: alles tegelijk, in een weekend, compleet. Het lukt wel als je klein begint bij de mensen die toch al komen, de indeling vooraf vastlegt en de rest laat aangroeien terwijl je werkt.

Precies daarvoor is de klantkaart van Klantkaart Salon gebouwd: alleen formules, allergieen, behandelhistorie en foto's per klant, zonder dat je je agenda of je kassa hoeft om te gooien. Beschrijf in het contactformulier hoeveel kaarten er in jouw bak zitten en met hoeveel mensen je werkt, dan krijg je binnen twee werkdagen persoonlijk antwoord met een voorstel voor de overstap.

Verder lezen